-111- kans dat het hierdoor opnieuw mis zou gaan, baarde me grote zorgen. Ik heb een paar zeer moeilijke dagen gehad. Met politie Rol heb ik mijn zorgen besproken en hij beloofde me naar de Ortskommandant te gaan. Hij dacht dat hij dit geval wel kon klaren. Maar ik heb niets weer van hem gehoord. Mijn broer zat vast op het politiebureau te Alkmaar. Toen ik dat wist, ging ik naar een op het bureau werk zame, goede agent en nadat ik hem het geval had uitge legd heb ik zijn hulp gevraagd om mijn broer te kunnen spreken, want ik wilde graag weten waarvan hij werd beschuldigd. Deze agent beloofde me, dat hij de vol gende dag om tien uur de gevangenen zou gaan luchten maar dat hij dan mijn broer in de cel zou laten, op die manier voor mij een mogelijkheid scheppend om even ongestoord met Wim te kunnen spreken. Dat is gebeurd. Toen ik daar in een gevangenisgang stond te wachten, verscheen er een hoofd van een al wat oudere vrouw voor één van de luikjes en deze vroeg me wie ik was en wat ik moest. Ik heb mijn naam genoemd en gevraagd wie zij was en waarom ze daar zat. Ik kreeg daarop een heel verhaalHaar man was eveneens opgepakt en zat bij haar in de cel. Hun zoon was bij de S.S. en was gedeserteerd. Op hun zoektocht naar hem waren de Duit sers bij hen geweest en toen ze merkten dat hij niet thuis was, hadden ze hen gevangen genomen. Op mijn vraag of het hun bekend was waar hij zat antwoordde ze, dat ze hadden gehoord dat hij ergens aan de Friese weg moest zijn. Mij was toen wel duidelijk waarom die razzia enkele dagen eerder was geweest: de oudjes hadden doorgeslagen Ook bleek me dat mijn broer ten laste werd gelegd dat hij een radio in zijn bezit had, hetgeen was verboden. Met mijn vrouw en met anderen, ook met mensen van de ondergrondse, besprak ik mijn probleem: Mijn broer zit door mijn schuld. Moet ik me niet aanmelden en zeggen: Niet hem maar mij moeten jullie hebben De reacties van buitenstaanders waren nogalNooit doen

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1995 | | pagina 117