-54- Als Alkmaar op 8 oktober 1573 zijn bevrijding viert komen veel gevlucb te inwoners hier terug om te zien wat er van hun bezittingen over is De wraakzuchtige Alkmaardersdie geen Spanjaard meer konden zien, koelen hun woede met het verbranden van huizen in Oudorp en Iluiswaari De rentmeester van Alkmaar vermeldt later dat alle erfpachthuisjes in Oudorp en Huiswaard zijn verbrand, (erfpachthuisjes waren huizen, behorend tot Zijne Majesteits Vroonlanden) Een zelfde lot onderging een gedeelte van de huizen van St.Pancras en Koedijk. Ook waren er huizen afgebroken door de vijand om de Rekerdijk op te hogen. Zo bleef er niet veel van deze dorpen over. Toen de Spanjaarden Alkmaar naderden was de watermolen van de Daal- meer door de troepen van de Prins in brand gestoken. Nog iets uit een interessant artikel van J.P.Geus over de Vroonlan den in de Spaanse tijd. In 1565 bedroeg de pacht van de vroonlanden 15.863. In 1569 was dit opgelopen tot 22.863,In vier jaar tijd een verhoging van bijna 50 Allerheiligenvloed van 1570 en de oorlogstoestand zorgden ervoor dat de boeren deze hoge pacht niet konden voldoen. Sonoy heeft dit aangegrepen om zijn manschappen op legale wijze te voe den. Hij gelastte de rentmeester om de pacht te laten voldoen door inlevering van zuivelprodukten"Voorts is mijn begeeren dat ghij ons doch 't leger geen boeter laat gebreek hebben en te senden ons een tonne 5 ofte 6, oik speek, vleis ende voorts alles, omdat wij die knechten in rust en vrede mogen holden". Er is toen het nodige in natura geleverd, maar in 1573 was er toch nog een schuld over van ca. 5.809.-. en van 22.624.-.- De pachters zien het niet meer zitten en dienen een soort van bezwaarschrift in. Ze verzoeken rekening te houden met hun moeilijk heden zoals: de door landgebrek zo hoog geworden huren, de overstromingen, geen verdiensten meer door de haringvangst, plunderingen door soldaten en schade door andere oorlogshandelingen, (in de onrustige tijden werd niet regelmatig markt gehouden, waardoor wel eens vanwege het lange tijd onverkocht blijven, zaken tenslotte onverkoopbaar werden omdat er bederf was opgetreden) De pachters beroepen zich op de pachtvoorwaarde welke zei dat in tijden van oorlog of bij overstromingen, er (gedeeltelijke) kwijtschel ding van pacht kon plaats vinden. Na Alkmaars beleg gaat een zekere Jan van Bronchoven in opdracht van de Rekenkamer de schade per persoon vast stellen. Volgesn het bewaarc gebleven register betrof de particuliere schade 144.333.- De achterstallige pacht bedroeg nog 46.071. en er moest nog 349 aan erfpacht betaald worden. De rekenkamer heeft een gedeelte van de huurachterstand kwijt gescholden, de rest moest tussen 1574 en 1580 wordfen betaald. Moeilijke tijden: een vernield bedrijf weer opbouwen en werken aan een huurachterstand. Joop Vermeer.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1989 | | pagina 56