-19- -Vanwege dezelfde afstand worden onze kinderen vaak te laat gedoopt, -bij slecht weer kunnen we niet naar de kerk, want dan is het te ver en te gevaarlijk. (Koedijk kon in feite alleen varend over sloten en plassen bereikt worden. Bij slecht weer was dit niet verkieslijk. De brief spreekt zelfs van een gevaarvolle reis over een woeste binnenzee. Koos men dan voor een kerkgang naar Oudorp, dan moest men langs de onverharde weg, die gemakkelijk in een modderpoel veranderde) In Oudorp dacht men het zijne van het Pancrasser verzoek: "De meeste boeren uit St.Pancras moeten aan onze kerk het schaalkorenrecht vol doen gebruikers van Vroonlanden moesten jaarlijks aan de kerk van Oudorp zoveel koren betalen als op zekere schaaal gelegd kon worden Ze probeerden in St.Pancras reeds eerder om daar onderuit te komen. Dat is hen toen niet gelukt. Nu hebben ze wat anders gevonden. Ze denken zeker als ze zelfstandig een kerk hebben, dat ze er dan vanaf zijn. 't Zal hen niet glad zitten." Inderdaad kregen de Pancrassers geen ontheffing van deze belasting. Wel kreeg men hier in 1488 bericht, dat het dorp een eigen priester mocht. Hierdoor werd de kapel verheven tot parochiekerk, waarom gezegd kan worden dat St.Pancras van toen af een volwaardig dorp was. Sint Pancratius De kerkgeschiedenis vertelt van twee personen met de naam Pancratius. De een leefde in de eerste eeuw na Christus. Hij was bisschop van Taormina. Volgens de overlevering werd hij door Petrus benoemd. Vermoedelijk werd ook hij in vroeger tijden vereerd. De literatuur van martelverhalen en legende verhaalt van een andere Pancratius. En het lijkt of zijn verhaal de mensheid meer heeft aange sproken en men bij het noemen van de naam Pancratius meer aan hem heeft gedacht. De overlevering vertelt van hem het volgende verhaal: In de tijd dat de Romeinse keizers Diocletianus en Maximilianus de Crhistenene vervolgden, overleed in Phrygië een vrouw, genaamd Cyriada. Niet lang na haar dood, stierf ook haar man Cleonius. Maar toen Cleonius voelde, dat zijn einde naderde, vroeg hij zijn broer Dionysius of die na zijn dood wilde zorgen voor zijn zoontje Pancra tius, die immers dan wees zou zijn. En natuurlijk zei oom Dyonisius dat hij hiertoe bereid was. Na de dood van Cleonius vertrokken Dyonisius en Pancratius naar de stad Rome. Dit omdat ze daar enig bezit hadden.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1989 | | pagina 21