5_q_q j_a_a_r s_i_n_i_-_p_a_n_c_r_a_s 1 -ia- Er werd me een boek onder de neus geduwd. Vervolgens kwam de vraag: "Waarom vierden we het 500-jarig bestaan van St. Pancras niet Het bewuste boek beschrijft de verering van de Heilige Sint Pancratiu Een tweetal zaken uit dit boek leken me interessant voor de Klin-le- zecs, nl. 1- de gebeurtenis in 1488, dus 500 jaar geleden. 2- de Heilige Sint Pancratius. 1488 Bekend mag worden verondersteld de verwoesting van het oude Vroone in 1298, wat gebeurde in de strijd tussen de Hollandse graven en de Westfriezen. Ook de kapel aan de Bovenweg (ongeveer ter hoogte van de Meeuwenlaan overleefde het niet. Voorzover nog in leven, vluchtten de bewoners van Vroone. In feite werden ze verbannen. De meesten vestigden zich in Koedijk. In latere jaren vestigde men zich hier weer, zij het dat dit iets noordelijker geschiedde. Tevens bouwden de bewoners een kapel, die gewijd werd aan de H.Panera tius. De kapel kwam te staan waar nu de Ned.Herv. kerk staat. Tot nu toe kon geen bewijs worden gevonden dat kapel en huidige kerk een en hetzelfde gebouw zijn, of dat hier eerder een ander gebouw(tje heeft gestaan. Een eigen priester had het dorp niet. Zowel Koedijk als St.Pancras vielen onder de kerk van Oudorp. Samen vormden beide plaatsen een soort deelgemeente van Oudorp. Vermoede lijk omdat men in de loop van (trn 14e en 15e eeuw vanuit Koedijk naar St.Pancras terugkeerde, werd Koedijk als voornaamste plaats be schouwd en werden de Pancrassers kerkelijk vanuit Koedijk bediend. En veel binding met Oudorp zullen de Pancrassers wel niet hebben ge voeld. Op den duur vond men hier het kerkelijk samengaan met Koedijk maar niets. Vandaar dat de Pancrassers, in een brief ijtedateerd 14 juli 1487 aan de bisschop, van Utrecht vroegen zelf een priester te mogen hebben. Dit verzoek motiveerden ze met: -We willen onze doden graag bij een eigen parochiekerk begraven. -Vanwege de afstand gebeurt het nogal eens dat hier mensen overlijden, zonder dat ze bediend zijn

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1989 | | pagina 20