-54- Ik dacht: "Kijk, er is toch een kans'.' Inmiddels begonnen mijn zenuwen wel op te spelen, wat dacht je. De eerste vraag van de dokter was, of ik ook gebrken had. Natuurlijk schudde ik van nee. De dokter zei daarop: "Ik zie, dat je een spraakgebrek hebt, maar zo erg is dat toch niet Ik schudde weer met mijn hoofd, nee, hoor, echt niet. Toen stelde hij een moeilijker vraag. Hij vroeg of ik al lang stotterde en of ik het op school ook had gehad. Wat moest ik anders doen dan wat hakkelen en knikken dat dit wel zo was Vervolgens werden mijn ogen. getest. Moeilijk en stotterend noemde ik de juiste letters. Ook de longen werden gecontroleerd en ik moest "A" zeggen. Moeilijk en wringend kwam er wat geluid uit. Inmiddels stikte ik haast van de zenuwen, maar gelukkig was het on derzoek afgelopen en wij moesten terug naar die hoge militair. Daar werd me meegedeeld dat ik was afgekeurd voor alle diensten. Opa was razend, een schande vond hij het. Maar van mijn vader kreeg ik 25,--. Nuchter be-eindigde ik die dag niet. Maar ik werd geen soldaat. Vliegen. De ontwikkeling van het vliegtuig kwam in die oorlog op gang. En dat ging na die oorlog door. Willem van Graft. Ik heb hem goed gekend. Hij was de zoon van de boer, waar oma diende en hij had zijn brevet voor aviateur gehaald. Frankel en Kirnmeltandartsen in Alkmaar, hadden samen een tweede hands vliegtuigje gekocht. Bij nu vergeleken was het maar een speel- goedding. Het staartroer en de klappen in de vleugels werden eenvou dig met een touw bediend. Willem was dus aviateur en hij moest ermee vliegen. Een rare snijboon was het, maar lef had hij wel. Op een dag landde hij met het vliegtuigje op het land van zijn vader. En op een zondag zou hij een demonstratie geven. En jawel, hoor. Met veel lawaai ging het de lucht in. Veel mensen kwamen kijken want vliegen was in die tijd toch nog altijd

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1988 | | pagina 56