-37- ABRAHAM QUEVELLERIUS HEER VAN SINT PANCRAS. In 1730 werden door de Staten van Holland en Westfriesland een aan tal ambachtsheerlijkheden verkocht, waaronder de heerlijkheid Sint Pancras. Voor een beirag van 9.900,werd Abraham Quevellerius eigenaar van deze heerlijkheid. Zijn borgen waren Cornelis Roels en Jacobus van der Burgh. De woonplaats van de koper werd niet genoemd en omdat de naam Quevellerius in en rond Alkmaar niet leek voor te komen, stelde ik een onderzoek in bij het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag. Met behulp van de daar aanwezige documenten, maar grotendeels met hulp van een boek over de vrouw van Jan van Riebeek 2) kan over de persoon van Abram Quevellerius en zijn naaste familie het volgende worden gezegd: Abraham Quevellerius III werd op 6 april 1659 te Rotterdam geboren als kind van Abram Quevellerius II, preceptor (=leraar) van de Latijnse school, aldaar, en van Anna van Surendonck. (Omdat de latere heer van St.Pancras, zijn vader en zijn grootvader allen de naam Abraham droegen, worden ze aangeduid resp. met III, II, en I) Maria Quevellerius, zuster van Abraham II trouwde in 1649 Jan van Riebeek, die van 1652 tot 1662 in Zuid Afrika verbleef en stichter was van de nederzetting bij Kaap de Goede Hoop. Vandaar ging het gezin Van Riebeek naar Malakka, waar de vrouw Maria overleed. Later vertrok Van Riebeek naar Batavia, waar hij begin 1677 overleed. Zijn beide zoonsLambertus en Abraham waren reeds in 1660 naar Holland gegaan (resp. 9 en 7 jaar oud) om daar te worden opgevoed. Zij kwamen in het gezin van Abraham II, waar zij opgroeiden met hun neefje, Abraham III. Voor hun verdere studie bezochten beide broers Van Riebeek de Academie van Utrecht. Abraham van Riebeek vertrok juli 1676 naar Oost Indië. Het waren toen nog lange reizen, pas 16 februari 1677 kwam hij in Batavia aan, verlangend naar een weerzien met zijn vader na meer dan 16 jaar. Maar het eerste wat hem werd verteld was dat zijn vader vier weken voor zijn aankomst was overleden. Dat zal voor hem een hele slag zijn geweest. Maar ook zonder de steun van zijn invloedrijke vader wist deze van Riebeek-telg het ver te brengen. Hij klom steeds hoger op de ambtelijke ladder en van 1709 tot 1713 (zijn sterfjaar) was hij de hoogste gezagsdrager in de Oost, gouverneur-generaal.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1988 | | pagina 39