-15- operatie verliep minder vlot. Wel stuurde de bisschop een tweetal blijden' (een soort reuzenkatapult) om de muren te bombarderen. Maar de burcht had een sterke bezetting en stormaanvallen werden met gemak afgeslagen. Hierop besloten de belegeraars om de burcht uit te hongeren. Vanuit het kasteel wist men een boodschapper naar Jan van Avesnes te sturen met de vraag om hulp. Die kwam daarop met een vloot over de Zuiderzee aangevaren. Toen de kasteelbezetting dit zag, deed men zijn uiterste best om een aantal palen, die de haven afsloten, te verwijderen. Het was een gevaarlijk en moeilijk karwei, maar men slaag de erin om die blokkade te doorbreken. Na een kort gevecht wisten vloot en bezetting de Friezen achteruit te drijven en was de burcht ontzet en kon de bijna uitgehongerde bezetting van eten en drinken worden voorzien. Graag had Jan van Avesnes, de oom van de regerende graaf Jan I, toen korte metten met de opstandige Friezen gemaakt.Hij kwam hier n :t aan toe, want de vorst viel in en wel dusdanig, dat de Zuider zee ging bevriezen. De vloot liep groot gevaar in het ijs ingevroren te geraken en moest zo gauw mogelijk wegvaren. Voor een aantal sche pen was het al te laat. Hier waren zowel bemanning als schip verloren In feite was daarmee de winst voor Jan van Avesnes nihil. Zodra de winter voorbij was, trok hij een leger samen in Alkmaar. In die ommuurde stad had hij een stevige positie. Zoals steeds hadden de Friezen hun leger samengetrokken op de Vroner- geest. Ze beheersten de toegang tot de Huigendijk. Maar de Middelburch en de Nieuwburch had de graaf vast in handen. Zo kon hij o.m. verhinderen dat de lage landen tussen Alkmaar en de Vronergeest door de Friezen als een soort waterlinie werden gebruikt. De Munnikeweg konden ze niet doorgraven en diende graaf Jan als aanvoerweg. Voor de slag begon stuurde de graaf een aantal schepen noordwaarts om daar de vluchtende Friezen de doorgang te beletten. Op 27 maart 1297 vond de slag op de Vronergeest plaats. Vanuit de Nieuwburg zette de graaf de aanval in. Met drie leger groepen viel hij op de Friezen aan. En Stoke vertelt: ""toen streed men stoutelijk (=dapper) en ging strijden op de Friezen die dat spel moesten verliezen Nochtans vochten zij over zeer (mannelijk) Daar werden verslagen meer dan drie-duizend op die stat(=plaats

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1988 | | pagina 17