Herinnering uit de oorlogstijd. 't Was in de tijd dat alles schaars werd, kleding, brandstof, voed sel, kunstmest, veevoer. Voor ons in St.Pancras was het grootste voedselprobleem: vlees en vet, Geen wonder, dat velen zelf een beest vetmestten om dat te slachten. Nu zal gezegd worden:"Dat kan ik niet, één van mijn eigen gefokte kippen, konijnen of weet ik watvoor dier, zelf slachten en daarna opeten." Maar dat lag toen wel enigszins anders. Zo hadden wij ook een varken in het hok. Dat mocht, je kon er ook een huis-s lacht-vergunning voer krijgen, maar dan werden wel je vleesbonnen ingehouden. Zo'n varken kon je het beste maar als big kopen. Dat was niet zo duur. En als je het goed voerde, groeide het dier als kool en had je na een jaar (of soms nog wel iets eerder) een geweldig varken. Nou, ons varken groeide geweldig. Eén van onze buren raadde ons aan het beest stiekem te slachten en een andere big in het hok te doen. Het probleem was dan wel: Waar haal je een andere big vandaan, want alle biggen en varkens stonden geregistreerd. Een andere buurman (wij hadden goede buren in de oorlog) wist een boer in de Schermer, die "zwarte" biggen had en voor goed geld wel eentje zou willen verkopen. Dus ik naar de Schermer. En gauw was de koop gesloten. "Maar',' zei de boer, "je moet zelf het beest halen, ik breng het niet'.' "Nou',' zeg ik, "dat doen ik wel efkesV "Hoe docht je dat dan te doen "Nou, op de fiets'.' "Wat...."zei hij, "op de fiets "Ja',' zeg ik, "op de fiets, in een zak op m'n reg, sogges hiel vroeg is er nag gien mens te sien'.' En zo gebeurde het dat ik op een vroege morgen dat varkentje waste. Om 3 uur op de fiets, naar de Molenweg en om 4 uur reed ik al weer bij de Witte Kerk. 't Was raidden in de zomer. Bij Japie De (Jaap Kloosterboer) aan de Twuyverweg begonnen ze al heel vroeg met aardap pelen rooien. Mijn neef Hark Kloosterboer werkte bij hen. En hem kwam ik nou net tegen op dat kleine stukje bij de kerk. "Hark',' riep hij al van verre, "jij benne ok al vroeg, neef." En laat nou dat varken, dat de hele tijd muisstil was geweest, luid beginnen te knorren.... Nou, daar ga je dan. Die middag moest Hark zo nodig naar de kapper. Maar alles kwam toch goed af. Hark Duif. -35-

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Klin | 1987 | | pagina 37