en klei", verschenen in 2016 bij de Uitgeverij Verloren in Hilver sum, schrijft Lauran Toorians het artikel "De naam Nispen en het element apa 'waterloop"'. Daarin staat de volgende passsage: "Het toponiem Nispen is dus een compositum (een samengesteld woord) en over het eerste lid daarvan bestaat onduidelijk heid. De meest gangbare interpretatie vinden we al in 1943 bij Weijnen en in 1955 bij Schönfeld (die naar Weijnen verwijst). Hierbij wordt aangenomen dat de naam Nispen is samenge steld uit nes(ch) 'zacht, week'+ apa. (apa is een oud woord, altijd een 'water' aanduidend) Weijnen geeft voor nes de betekenis 'moerassig land'. Daarnaast bestaat een woord nes (Middelne derlands nesse, nisse) 'landtong' en in een uitvoerig artikel met tal van plaatsnamen als voorbeelden betoogde Schönfeld dat nes(se) 'landtong' door klankovereenkomst al vroeg samenviel met het Middelnederlands nes(ch) 'zacht, week, drassig, vochtig'. Schönfeld ging er daarbij vanuit dat nes 'landtong' daarmee 'secundair de betekenis van 'drassig, laag land' kreeg, maar het is toch waarschijnlijker dat we de twee etyma (etymon grond betekenis van een woord) uit elkaar moeten (proberen te) houden. De begrippen 'landtong' (hoog en droog) en 'drassig, laag land' lijken moeilijk in één woord te verenigen. We hebben dus eerder te maken met homoniemen dan met een compleet samenvallen van twee woorden (bovendien een nomen (een zelfstandig naamwoord) en een adjectief(bijvoeglijk naam- woord) met hooguit een afgeleide, nominale (naamwoorde lijke) betekenis). Het gaat dus om twee etymologisch (woordverklaring betref fend) verschillende woorden die in toponiemen (plaatsnamen) door elkaar zijn gaan lopen en het is op voorhand niet evident welke van beide vormen/betekenissen we in Nispen hebben. Wel is duidelijk dat beide vormen voorkomen met zowel e als i (zie de afzonderlijke lemmata (trefwoorden) in het Middelne- derlandsch Woordenboek) Dat de homonymie hier verwarrend is, blijkt uit het gegeven dat Leenders schrijft dat Schönfeld Nispen interpreteert als 'nes "landtong"+ apa, een Oudgermaans waternamen-suffix' (suffix=achtervoegsel). Dat is dus niet juist. Weijnen en Schönfeld dachten aan nes(ch) 'zacht, week. (de eerlijkheid gebiedt te melden dat ook schrijver dezes in eerste instantie in de war werd gebracht: onze voorgangers waren niet altijd even expliciet (duidelijk).)" Tot zover Toorians in zijn artikel in "Op zand, veen en klei", p. 317, 318. Mogelijk ligt hier een verklaring voor het verschillende gebruik van het woord Nes ook in onze omgeving. Wat geldt voor iets zuidelijker streken kan heel goed hier gelden. Nes hier gebruikt hoeft dus niet altijd landtong te betekenen. Het kan ook een stuk drassig land aanduiden. Dit als aanvulling op het boek De veldnamen van Schagen. Boerderij' De Lasschoten aan de Provinciale weg. Foto J.N. de Wit 2003. Karel Numan - 19 Kakelepost_04_17.indd 19 29-11-17 16:45

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Kakelepost | 2017 | | pagina 19