De Molenstraat en de molens In Schagen kennen we de Molenstraat in de oude kern en in de Waldervaart de Molenweg met daar in de directe omgeving straten met namen als: Korenmolen, Zaagmolen, Strijkmolen en Watermolen. Allemaal namen die ons herinneren aan de vele molens die ooit in Schagen stonden. Ze werden aangedreven door mensenhanden en -voeten, dieren en wind. In het eerste kwart van de 16de eeuw stonden in Schagen drie windkorenmolens. In volgorde van oprichting waren dit: de Ooster-, de Noorder- en de Westermolen. De eerste molen werd gebouwd aan de Hoep, de tweede aan het Noord en de laatste op de hoek van de Menisweg met de Loeterdijk. Na afbraak van deze molen in de jaren twintig van de vorige eeuw werd de Loeterdijk omgedoopt in Molenweg. Een molensteen, opgegraven bij de aanleg van het voetgangerstunneltje onder de Westerweg geeft ongeveer de plaats aan waar deze molen heeft gestaan. Dit is het enige tastbare overblijfsel van de Schager korenmolens dat nog rest. De Molenstraat zou zijn naam te danken hebben aan de slijpmolens van de messenmakers die hier hun bedrijf uitoefen den en werd daarom ook wel Messenmakersstraat genoemd. Inderdaad hebben hier verschillende messenmakers gewoond, maar de straatnaam bestond al voordat zij zich hier vestigden. De naam Molenstraat - geschreven als Mollenstraet - ben ik voor het eerst tegengekomen in een belastingregister uit 1558 met de titel 'Quoyer (kohier) van die van Scaegen' en wel in het gedeelte waarin alle eigenaren van huizen en erven in de banne van Schagen worden getaxeerd voor de zogenaamde 'tiende penninck'. Dit register is het tweede van de drie 16de-eeuwse belastingkohieren uit Schagen die in het Noord-Hollands archief in Haarlem worden bewaard. In het oudste deel, dat in 1544 is opgesteld, wordt de Molenstraat nog niet genoemd. Wel vermeldt dit register dat er een koren- of meelmolen was, maar niet waar hij stond. Ook wonen er dan in Schagen twee personen met de toenaam moller, molenaar dus. In de transportregisters van Schagen waarin vanaf 1555 onder meer de overdracht van onroerend goed werd geregistreerd, komt de naam Molenstraat voor het eerst voor in het jaar 1565 in verband met een lijnbaan (touwslagerij) met woning aan de Molenstraat waar Pieter Albertsz Lijndraaijer de scepter zwaait. Eeuwenlang kende Schagen uitsluitend dijken, wallen, werven, dorpen enz., maar geen straten. Een straat is namelijk volgens de eerste editie van Van Dale uit 1864: "een dubbele lange rij huizen door een beganen weg van elkander gescheiden". De Molenstraat voldeed als eerste aan deze voorwaarde. Als de belastinggaarders in 1558 hun ronde maken, beginnen zij bij Hogendorpe (Dorpen). Vandaar gaan zij naar Grootewal en Lutkewal en via Imkewal naar Tolcke en Tjallewal. Dan over Avendorp en Tjaersdorp naar de Haele, Hemmingewerff (Hemkewerf) en Legedijck verder naar Keijns. Van Keijns naar Nes en verder via de Houp door de Mollestraet en de Hoochzijde naar de Loet waar ze over de sloot neffens de Loet doorgaan naar Wijbedewerff (Noord). Als laatste gaan ze langs de Kerckebuert (noord- en oostzijde Markt) naar de Leegzijde. De Molenstraat is nieuw in deze route. Voorheen ging de Hoogzijde, op de plaats waar hij nu ook eindigt (tussen de r.k. kerk en de pastorie), over in de Hoep. Ook de gracht heette op dit punt geen gracht meer, maar Hoeper sloot of Achter de Hoep. Namen die verdwenen na de demping van de gracht en het gedeelte van de Hoeper sloot tot de spoorwegovergang. De Hoog- en Laagzijde werden Gedempte Gracht en de Hoeper sloot werd Nieuwe Laagzijde. Het laatste deel van de Molen straat vanaf de W van Beierenstraat tot de spoorwegovergang dat tot de demping nog Hoep heette, werd toen Molenstraat. Aan het einde van de Molenstraat en het begin van de Hoep stond op een open stuk grond het huisje met erf van de mole naar met daarachter de molenwerf met daarop de molen. Op de plaats dus waar bij de bouw van de Magnusbuurt de Drie windkorenmolens De Molenstraat De Oostermolen was vermoedelijk een standerdmolen, een molentype dat na 1300 over geheel Nederland gebruikelijk werd. Ruud van de Pol 5

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Kakelepost | 2009 | | pagina 5