w> M: - 8 Klaas Boes, die snoode moordenaar, Droeg, zonder te bezwijken, Het meisje grafwaarts met de baar, En bielp de kis^ mee strijken, Ja zelfs ook heeft hij, naar men zegt, Een grafkrans op haar graf gelegd, Met diep geyeinsde droefheid. 9 Na volle een-en veertig uur, Van 't allerstrengst verhooren, Kreeg Boes, de jongste, het te z;uur Zijn misdaad te versmoren; Ja, hij kwam tot bekentenis, v Hetwelk zeer veel ontstentenis En ijzing deed verwekken. Zij werden daarna, zwaar geboeid, Naar Alkmaar toe gereden, Gestreng bewaakt, en diep verfoeid, Om 't snoode, dat zij deden; Ja, dat die maar' door Schagen ging, Was diepe verontwaardiging, AJ wat men zag en hoorde! 11 Simon Alot, een and're man, Verdacht ja als in deze, Ofschoon men hem begrijpen kan, Hij onschuldig nn moet wezen, Daar hij nu reeds ontslagen is, Ja vrij van-de gevangenis, Op vrijen voet kan leven. ,'P <r-< <®fi V A

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Kakelepost | 1989 | | pagina 24