Nadat rond het jaar 1000 de gehele verkaveling een feit was( Niedorp was het eind vajj de aktiviteiten en wordt al genoemd in akten van vóór 1000 is het oppervlak in de oudst verkavelde gebieden, door intensieve bewerking en uit droging, al een heel eind gedaald. Als dan een eeuw later mede door een iets verhoogde waterstand, vooral in de winter, de afwatering een probleem wordt, verdicht men het slotenpatroon en legt men de eerste terpen aan. Door overstromingen wordt bovenop het veen een laag klei gelegd waardoor er een verandering optreedt in het grondgebruik. In de elfde eeuw worden dan de eerste kaden en dijken aangelegd, die het aangezicht van onze omgeving tot in deze eeuw bepalen. Intussen is door oxidatie vrijwel overal de oude veenlaag sterk ingeklonken en verdwenen waardoor grote ongelijkheid in het oppervlak is opgetreden. Dit heeft in de afgelopen eeuwen grote invloed gehad op het slotenpatroon, omdat water nu een keer niet omhoog wil stromen. Ae kunnen derhalve rustig zeggen dat het landschap vanafl100 met zijn bewoners een uitermate dynamisch geheel zijn geweest. Het is uitermate boeiend om een stukje van deze dynamiek door middel van de reconstrictie van het landschap te beleven. wat zijn onze mogelijkheden? Allereerst kunnen we uitgaan van het slotenpatroon van nu, daarbij alles weg latend waarvan we weten dat het een moderne verandering betreft. Kadaster- kaarten uit het begin van de vorige eeuw zijn redelijk betrouwbaar voor dit doel. Ander kaartmateriaal geeft meestal minder detail en is minder goed bruikbaar. Belangrijk zijn oude grenzen van 'bannen' rechtsgebieden en parochies, die ons in ieder geval vertellen wat oorspronkelijk bijelkaar hoorde. Maar ook de namen die men gaf aan delen van een gebied of aan individuele percelen. Een naam als 'Mient' werd gebruikt voor gemeenschappelijk weiland, en vindt men vaak op de grens van twee bannen. Veel landerijen droegen de naam van een vroegere eigenaar en zijn alleen maar interessant als we die zelfde naam in pachtovereenkomsten of akten van koop of verkoop tegenkomen. Alleen voor het gebied van de ochagerkogge sprekend weet ik dat er zeer weinig veldnamen voorkomen op oude kaarten en dat het onderzoek daarnaar geconcentreerd zal moeten worden op wat de bewoners zich nog kunnen herinneren en wat sich in archieven bevindt. Al met al een pakket werkzaamheden dat omvangrijk en tegelijkertijd boeiend is, en waarvan we mogen hopen dat het zich in een brede belangstelling zal kun; en gaan verheugen. Heeft U belangstelling, neem dan even kontakt op met Kees Vlaar, Frans Diederik.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Kakelepost | 1986 | | pagina 9