18 Tuitjenhorn houdt het einde nog steeds in zich Er is een liedje dat als refrein heeft "Dit is het einde, dit doet de deur dicht". Dit liedje zou men eens in Tuitjenhorn moeten zingen. Trouwens U mag het ook doen, waarom niet. Maar de deur sluiten we niet, die zetten we juist wagenwijd open om U enig inzicht te geven hoe Tuitjenhorn aan zijn naam is gekomen: Er doen zich verschillende meningen voor: De één zegt het is een dubbel- zegging, want "Tuit(j)en-horn" betekenen allebei strook of hoek land. Ze denken daarbij mogelijk aan het Duitse "Tüte"wat een papieren (punt)zak- je betekent en bij Tuitjen dan aan een kleine, langgerekte hoek of horn grond waarop het dorp is gebouwd. Er zit iets van aannemelijkheid in, maar het is niet juist, ook omdat onze voorouders te practisch waren om twee maal het (bijna) zelfde begrip achter elkaar te gebruiken, dat is zo on logisch. De ander zegt het is "begraafplaats of -hoek". Ook daar zit een redenering in als je de "ui'-klank als "oe" uitspreekt: Toetjehorn. Men maakt daarbij één fout, Tuitjenhorn is altijd Tuitjenhorn gebleven ondanks alle varia ties in schrijfwijze, zelfs Utinge en Uitinghe-horn o.a. op een oude graf steen, maar het is nooit Toetingehorn of iets dergelijks geweest. Er zijn weliswaar woorden in onze taal waar die "u"- of "ui"-klank is gevormd tot "o", "oe" en W'. Denk maar eens aan: Hij is teut (dronken), of: Hij is dood, duits "to(o)t", vroeger "doed(e)". Als iemand dronken is en zijn roes uitslaapt, ligt hij voor het oog als dood, vandaar teut. En als iemand in zo'n roes, maar ook bij z'n volle verstand onzin spreekt, dan "teut" hij, dat wil zeggen het gesprokene mist alle redelijkheid en is zo ver van het werkelijke leven, dat het bij de dood hoort: Het zegt of doet je niets meer. De overeenkomst van een dronkeman met een varken is niet zo groot, maar los daarvan hebben ze nog iets gemeen. De plattelanders onder U weten wel dat met een toet een varken wordt bedoeld. Waarom? In de eerste plaats om dat het dier werd en wordt gehouden om te worden geslacht, om te worden gedood. Een andere eigenschap van een toet is dat hij heel lang - liefst in de modder en in 't warme zonnetje - roerloos kan liggen. Het beest ligt dan voor dood, ofwel voor doed/toet. Kunt u zich voorstellen wat bijvoorbeeld het dochtertje van een boer denkt als ze zo'n beest ziet liggen? Ze gaat in haar onschuld naar haar vader en vraagt in het Westfries: "Taat, is óös toet teut?", en dan antwoordt pa

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Kakelepost | 1986 | | pagina 20