N E V een van 31ste jaargang 2023/2 nummer 95 Na even oefenen stappen de dieren de langzaam draaiende robot in. Na een rondje zijn ze gemol ken en stappen ze weer uit. Inmiddels heeft lan- delijk gezien een kwart van de veehouders melkrobot. Het Genootschap is blij met deze donatie De twee melkstellen, donatie van familie Grin. Foto: Ina Hoogenbosch-Glas Bronnen: Schager Courant, vaktijdschrift Veeteelt, Beeldbank Wieringermeer, internet. De komst van de robot Rond de eeuwwisseling deed de melkrobot zijn intrede. Wel erg duur, een bedrag met vijf nul len kwam in beeld. In principe bepalen de koei en nu zelf wanneer ze gemolken willen worden. Ingebracht en uitgelicht Afscheid van het gemengde bedrijf Specialisatie werd leidend, het was kiezen: akkerbouw of veeteelt. De graslandverplichting was lang daarvoor afgeschaft. Velen kozen vanaf de jaren zeventig voor akkerbouw. Het aanzicht van het agrarisch landschap op de lich tere gronden in de polder veranderde. Niet langer koppeltjes grazend melkvee en huppelende kalfjes. Vanaf de jaren tachtig zag je vooral in de noordelijke helft van de polder hier en daar grote kuddes grazen en daartussen grote ka vels akkerbouw. Een stal in de schuur raakte uit de mode, er kwamen moder ne ligboxenstallen. Zgn. ‘stalpoten’, po ten met stijve, soms opgezette gewrich ten, behoorden tot het verleden. Een goede ontwikkeling, de koeien konden de hele dag gaan en staan waar ze wil den. twee melkstellen. Ze verwijzen naar een nog niet zo lang verleden waarin de melkveehoude rij op een heel andere wijze bedreven werd dan nu. Rond 1990 ging het in de akkerbouw minder goed. Het kwam zelfs tot de monstraties rond de kop van de Afsluit dijk. Polderboer Jan de Vries, één van de initiatiefnemers, haalde de krant met de uitspraak: ‘Wij willen graag boer zijn, maar nog liever boer blijven.’ Sindsdien zijn diverse akkerbouwbedrijven omgezet in melkveebedrijven. Gras groeit im mers overal, niet speciaal op lichte en zanderige gronden. Om allerlei redenen ging de schaal vergroting, die was al ingezet in de jaren vijftig, in rap tempo voort. Onder andere de ophefng van het melkquotum hielp daaraan mee. Vee boeren gingen meer koeien houden. Boven de 100 dieren per bedrijf is niet uitzonderlijk. De melkputten werden steeds groter. Van acht koei en tegelijk, naar later twaalf, twintig en meer. De melkstellen lagen toen allang op zolder. hoekkrazn vacuüniid ing - vochtvanger vacuümsang uillaat vacuumpomp tepeinouders korte pulsaliedlang 11 Alauw melkslang korte melkslangen pulsaties langen pulsator watuumceyulaleus vochtduppelsar

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Kroniek Historisch Genootschap Wieringermeer | 2023 | | pagina 45