Koninginnenboom 75 jaar
Foto aangeleverd door Piet Bil
31ste jaargang 2023/2 nummer 95
van de rma Beentjes speelde een positieve rol
in het geheel. Vanuit de gemeente werd heel
positief gereageerd op het initiatief. Tonny Tee-
ling-Geers vond het geweldig, al haar inspan
ningen om de boom te sparen waren beloond.
In het plan was voorzien om het monument De
Maaier én de boom te verhuizen naar een nieuw
aan te leggen parkje in de Granpré Molières-
traat. Het plan werd gewijzigd, de bruine beuk
kreeg een plek aan de Brink.
De verhuizing
In oktober 1993 was het zover, de verhuizing
van de bruine beuk van de Terpstraat naar het
plantsoen op de Brink. Hier had de gemeente al
een grote kuil laten graven. Daar was ook drai
nage aangelegd. De verhuizing werd een spek
takel, de koninginnenboom bleek een publiek
strekker bij uitstek. Veel toeschouwers en veel
meningen en daarbij nogal wat sceptische gelui
den. Een paar dagen voor de verhuizing was er
ink gegraven rondom de beuk. De boom met
Hulp uit onverwachte hoek
Al met al dreigde een patstelling met maar één
oplossing: het omzagen van deze historische
beuk. Er was begrip voor de argumenten en
historische achtergrond, maar het geld bleef het
breekpunt. Hulp kwam uit onverwachte hoek.
Enkele horeca-exploitanten uit de Wieringer-
meer hadden de koppen bij elkaar gestoken.
Initiatiefnemers waren Leo Feikes, Piet Bil en
Kees Bruin. Ze zouden de inmiddels monu
mentale koninginnenbeuk op eigen kosten la
ten verplanten. Meerdere horecaondernemers
sloten zich aan. Piet Bil (Mariannebar), Kees
Bruin (Dorpshuis Kreileroord), Leo Feikes (De-
tra Bar), Clara en Irma Stoffers (Bar de Jager),
Fok Gouma (Bar de Draver), Tommy Lee (Chi
nees restaurant Lotus), Roel Zonneveld (Smit
Horeca) en Ron Brouwer (café-restaurant De
Maaier) vormden een groep die op eigen kosten
een kraan met uitschuifbare arm inhuurden.
Deskundige hulp werd ingeroepen van hovenier
Rob Elfring. Er was wel weinig voorbereidings
tijd maar Rob durfde het aan. Ook Jaap Zwaan
Mw. Tonny Teeling-Geers van het Historisch
Genootschap werd door de gemeente op per
soonlijke titel benaderd om mee te denken over
een oplossing. Zij streed voor behoud van de
boom en refereerde aan de woorden van burge
meester Loggers die bij de aanplant de beuk ‘het
vierde monument’ van de polder had genoemd.
Mw. Teeling-Geers hoopte op nanciële hulp
van het bedrijfsleven, zij wees op de ‘éénpro-
centsregeling’. Voor reconstructieprojecten was
bepaald dat 1% van de kosten opzijgelegd moest
worden voor bekostiging van een kunstwerk.
Het herinrichtingsproject was op 6 miljoen gul
den begroot en dus zou er zestig mille gulden
beschikbaar zijn voor een kunstwerk. ‘Dat geld
kan beter gebruikt worden voor de verplaatsing
van deze boom’, aldus Teeling. De gemeente
hield echter voet bij stuk en kwam nancieel
niet over de brug. Het standbeeld van de Maai
er zou verplaatst worden naar een nieuw parkje
in de Granpré Molièrestraat. Alleen met extern
geld kon de beuk meeverhuizen.