Staatslandbouwbedrijven, een geschiedenis (4) 31ste jaargang 2023/2 nummer 95 Weerzien Op het staatsbedrijf van Ulbe Faber werd lang met paarden gewerkt. In het begin van de vijfti ger jaren ging de vaste paardenknecht, meneer Arends, met pensioen. Er werd een nieuwe paar denknecht gevraagd. Evert hoefde niet lang na te denken, solliciteerde en werd aangenomen. De kinderen van Ulbe en Lolkje herinneren zich de vreugde van hun ouders toen hun vroegere arbeider met zijn opgeruimde karakter weer te rugkwam. Ulbe en Evert pakten de bedrijfsvoe ring op zoals zij gewend waren, met aandacht voor traditionele landbouw en handwerk. gemeentehuis van Wieringerwaard. Vandaaruit kregen zij onderdak aangewezen. Ondertussen bleef Evert in overheidsdienst. De eerste tijd werd hij ingeschakeld bij het bergen van aange spoeld hout en materialen. Toen de polder weer drooggelegd was, werkte hij op verschillende staatslandbouwbedrijven. De grond moest op nieuw in cultuur gebracht worden. Eind veerti ger jaren kon het gezin weer in de eigen herstel de woning in Slootdorp terecht. Op het erf van Faber, met Zweedse noodwoning. Dochter Janny (onder in het midden) met vriendinnen. De ZFV- club, Zeven Fladderende Vlin ders. #00318 Beeldbank WM. Voortgang Na de bevrijding werd door de domeinen op Wieringen ruimte gevonden voor opslag en her stel van de geredde machines en gereedschap pen van de staatslandbouwbedrijven. De gebou wen waren vrijwel volledig verwoest. Alleen 3 boerderijen in sectie E waren grotendeels intact gebleven. Voor de staatsbedrijven werd de we deropbouw gemeenschappelijk aangepakt, alsof het één groot bedrijf was. Pas in 1948 werden de bedrijven weer gescheiden en toegewezen aan een zetboer. Sommige zetboeren kwamen niet terug, een aantal keerde terug op hun ach tergelaten bedrijf. Anderen kregen een groter staatsbedrijf of een pachtbedrijf. Ulbe kreeg een groter staatsbedrijf F54 toegewezen. Na enkele moeizame jaren kon er na 1948 eindelijk conti nuïteit in de werkzaamheden komen. Hun bedrijfsvoering en de verzamelde gege vens bleven van grote betekenis voor de land bouwkundige onderzoeken. In een jaarverslag van domeinen van begin 50’er jaren worden drie varianten van 74 ha koolzaad maaien met elkaar vergeleken. Maaien met de zelfbinder, maaien zonder binden en maaien met de zicht. Bij welke methode zou het minste zaad verlo ren gaan? Maaien met zicht werd o.a uitgevoerd op F54, het bedrijf van Ulbe Faber. Bij rijp kool zaad ging meer zaad verloren bij maaien met de zelfbinder dan bij de twee andere manieren van maaien. Rijp koolzaad moest in het vervolg gemaaid worden met zicht of maaimachine, zonder binden. Pas daarna met de combine ge dorst. Misschien komt het nu primitief over, maar voor toen betekende het waardevolle kennis die vervolgens zijn weg vond naar de praktijk. Evert voelde zich vertrouwd op het bedrijf van Ulbe en kon goed opschieten met de andere landarbeiders.

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Kroniek Historisch Genootschap Wieringermeer | 2023 | | pagina 37