BW' -
r..
Oudste boom
"ee
=rdi
Laurens van der Vaart
Historisch Genootschap
Wieringermeer
Beweringen bewijzen
In Kroniek 94 deed ik een oproep Wie kent de locatie en namen van oude bomen in onze
polder? Deze reacties heb ik ontvangen.
31ste jaargang 2023/2 nummer 95
De dikke wilg in het Dijkgatbos is een verhaal
apart. In Kroniek 32 (2002/2) noemt mw. Janny
Kooistra: ‘In de Noordoostpolder gaat het verhaal
over een wilgentak die, als piketpaal uitgezet, uit-
Een oude wilgenboom op het terrein van het Joods Werk
dorp Nieuwesluis. Foto: Laurens van der Vaart
Welke wilgen precies hun onderdompeling heb
ben overleefd, dat is vooralsnog niet te zeggen.
Het betekent wel dat de oudste bomen ongeveer
tussen de 80-85 jaar zijn.
groeide tot een grote wilgenboom.’ Ook het Dijk-
gatbos heeft zo’n boom. [In 1946] ‘is door een
staatsbosbeheerder of een uitvoerder van de bosaan
planting een wilgentak vanaf de dijk meegenomen.
De gaten in de dijk waren gedicht met gebruik van
zinkstukken die waren gevlochten van wilgentak
ken. Zo’n tak moet in die zandvlakte in de grond
zijn gestoken als markering, want men had besloten
om op deze uit de dijkgaten gespoelde zandvlakte
een bos te planten. Anders is niet te verklaren hoe
een wilg, nu groot en wild, eenzaam staat op een
kruispunt van wandelwegen met om hem heen den
nen, sparren en andere aangeplante bomen.’
Op de Algemene Begraafplaats van Midden-
meer (1938) staan een paar inke oude bomen.
Ook kreeg ik tips over een oude wilg aan de
Oom Keesweg, over nog een exemplaar bij het
Joods Werkdorp aan de Nieuwesluizerweg. En
een wilg op de hoek Zuiderzeeweg Langeweg
in Slootdorp. Alle deze meldingen zijn wilgen.
Als je verder door de polder rijdt, zie je op ver
schillende boerenerven nog meer dikke wilgen
staan. De reden, zo begreep ik uit de verhalen:
na de tweede drooglegging, vanaf 1946, 1947
konden agrariërs gratis een wilg krijgen.
Terug in de tijd. In de Driemaandelijkse berichten,
jaargangen 1933 en 1936 wordt precies aangege
ven waar bomen en struiken zijn geplant. Daar
valt ook het toenmalige Robbenoordbos onder.
Bijna al die aanplant, duizenden bomen én
struiken hebben de onderwaterzetting niet over
leefd. Hoe ging het verder? Bouke Hofmeijer
werkte voor Staatsbosbeheer in de periode 1953
1988. Hij was in zijn eerste jaren betrokken
bij de herbeplanting van groen langs de wegen
en in de singels op boerenerven in de Wierin-
germeer. In een interview, de tekst is te lezen op
wieringermeer.nl (typ in: Hofmeijer), bevestigt
Hofmeijer: ‘Door de onderwaterzetting was al
les doodgegaan, op een paar wilgen na.’