dan kon de smulpartij beginnen, 's Avonds maakte de smederij soms een spookachtige indruk. Aangetrokken door de warmte bivakkeerden daar dan vleermuizen. Als je de deur opende vlogen deze enge dieren, die overdag verscholen achter balken bij de smidse hadden geslapen, rakelings over je hoofd. In en voor de wagenmakerij van Klaas Bolten was het een en al bedrij vigheid. Bolten had het in die tijd druk met het vervaardigen van dissel wagens. Behalve de bekende boerenwagens met een kromme dissel, wa ren er in deze omgeving veel driewielige disselwagens. Deze wagen met een lage laadbak, twee grote wielen en een klein voorwiel onder de disselboom, was een geliefd vervoermiddel voor de landbouwer. Bij de wagenmaker vertoefden de kinderen ook graag. Voor het dichten van de wagens gebruikte hij namelijk pek of pik, een uitermate kleverige zwarte substantie, waarvan je wel eens een stukje kreeg en waarop je zo lekker kon kauwen. Bolten maakte ook doodkisten. Het schilderen liet hij over aan zijn buurman Klaas Ursem. Als de kisten in de schi Iderswerkplaats geschilderd waren, werden ze naar de huiskamer gebracht. Ze moesten snel drogen en in de huiskamer kon hard worden gestookt. Daartoe had Ursem een grote pijp door de zol der aangebracht. Het drogen ging zodoende vliegensvlug. Tijdens de griepepidemie in 1918 stonden er eens drie kisten tegelijk te drogen in de huiskamer. In de werkplaats was geen ruimte meer. Schilder Ursem maakte, zoals de meeste kleine zelfstandigen en arbeiders in die tijd, lange dagen. Van 's morgens zeven tot soms 's avonds elf uur. Van een vrije zaterdag was nog geen sprake, zelfs een vrije zaterdagmiddag be hoorde nog tot de vrome wensen. Moeder Ursem gaf een stevige boter ham mee op karwei: roggebrood met spek! De eerste jaren ging Ursem lopende naar zijn klanten. Op zijn rug de zogenaamde "glazenmars" tor sende, waarop ruiten, kwasten en verf werden vervoerd. Toen hij over ging op een fiets met een lastdrager, was dat een hele gebeurtenis. Lang en breed werd eerst over de aanschaf gesproken en toen het be geerde tweewielige vervoermiddel er eenmaal was, liet Ursem zich er vol trots mee op de kiek zetten voor het station! In zijn schaarse vrije tijd en op zondagen, wijdde hij zich met nog een aantal dorpsgenoten aan de zang. Onder de enthousiaste leiding van meester Beerta had Hei- loo rond 1900 een mannenkoor dat er wezen mocht. De zang nam een vooraanstaande plaats in in het leven van Klaas Ursem. Nog op hoge leeftijd zong hij in het kerkkoor, aanvankelijk onder leiding van Pé Overtoom met aan het orgel Rei nier Kuijper. Het werk eiste hem gelukkig niet iedere dag op tot 's avonds elf uur. Maar gemakkelijk ging het in die dagen niet als je iets voor je zelf zou doen. Toen een zoon van Ursem in 1924 ging trouwen moest hij, alvo rens zijn huis te kunnen betrekken, dat 's nachts schilderen. Hoe de

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Heylooer Cronyck | 1979 | | pagina 13