Onze dorpsheelmeesters door de eeuwen heen. (Deel 3, slot) 1731 - 1756 Mr Willem Faber. Omstreeks deze periode moet hij hier gepraktiseerd hebben want in 1731 en ook nog in 1756 komen we zijn naam als Mr Willem tegen in het dorpsarmenboek. 1737 - 1768 Mr Caspar van der Veen. Het is de pruikentijd. Misschien moeten we ons deze man voorstellen met een prachtige wit gepoederde pruik op z'n hoofd en voor die tijd passende kleding. Een chirurgijn die heel voornaam z'n ronde doet in ons dorp waar in die tijd nog maar 700 800 mensen wonen. Het dorp was van een belangrijke plaats langzaam veranderd in een kleine dorpsgemeente. Mr Caspar had zich uit de Akersloter families de jongedochter Guurtje Ariens Amsterdam tot echtgenote uitverkoren. In het oude doopboek der Geref. Kerk lezen wij dat Ds D. Wilree op 5 mei 1754 aan Jan, zoon van Caspar en Guurtje, de Doop toediende. Op 14 september 1755 werd Jannetje gedoopt en op 1 januari 1757 Maartje. Doopgetuige daarbij was telkens Dirkje Louris. Mr Caspar van der Veen werd al spoedig ingelijfd in het korps der dorpsregenten. In 1737 in de bescheiden rol van brootweger. Als medicus was hij zeker geschikt om het broodgewicht te controleren. Weldra werd hij opgenomen in het roulerend korps van pondvangers, schepenen, kerkmeesters, poldermeesters en armenvoogden. Met enkele onderbrekingen zal hij tot zijn dood de dorpsarmen administreren. Het scheren van de baard van de dorpelingen is dan nog steeds aan zijn ambt verbonden. Op 1 mei 1762 administreert Mr Caspar zichzelf in het armenboek: an Caspar van der Veen voor meestertoon en scheerloon betaalt 14:19:0. In 1769 komt hij te overlijden na 31 jaar voor de mensen hier te hebben gewerkt. 24

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Groene Valck | 1990 | | pagina 24