De ca. 305 huizen brachten in de verponding gemiddeld 1,47 op. Enkele buurten brachten meer op dan het gemiddelde. Met name de Molenbuurt, Hougeest, Middelbuurt, Starting, Kerkgeest en Watersij zaten boven het gemiddelde en noteerden bedragen tussen 1,52 en 1,70. In de Kerkbuurt stonden verreweg de meeste huizen, die echter het minst waard waren. De verponding bedroeg gemiddeld 1,12. Door te kijken wat schout, schepenen en schippers voor hun huizen aan de verponding betaalden, kunnen we een beeld krijgen van de welstand van deze personen omdat de verponding op de huurwaarde van het huis was gebaseerd. Het kwam voor dat een bepaald persoon een oud en vervallen huis bezat, maar erg veel land in eigendom had. Hetzelfde geldt ook andersom en dan wordt zo'n persoon verkeerd beoordeeld. Bij de groep in zijn geheel heffen deze nadelen elkaar deels op en kunnen de gegevens een indicatie in de goede richting geven omdat toch meestal een correlatie bestaat tussen de waarde van het huis en de overige bezittingen. In totaal stonden 34 schepenen en één schout in het verpondingskohier. Zij betaalden beduidend meer voor hun huizen dan de gemiddelde 1,47 namelijk 1,76. Van hen woonden 21 man in de genoemde duurdere buurten. Zeven schippers, die ook binnen deze groep van schout en schepenen vielen, betaalden gemiddeld iets minder belasting variërend van 1,08 tot 1,98. Het verpondingsregister noemt in totaal 19 schippers. Dit zijn niet alle schippers in die periode. Verscheidene zeevarende schippers hadden een patronym (naam afgeleid van de voornaam van de vader) als achternaam en zijn als zodanig niet met zekerheid te traceren. De 19 schippers betaalden gemiddeld 1,69 aan verponding voor hun huizen. Zij bevonden zich dus duidelijk boven het gemiddelde van het hele dorp 1,47), maar onder dat van de schout en schepenen. Twaalf schippers woonden in de duurdere buurten Watersij, Molenbuurt en Middelbuurt, maar degenen die in andere buurten woonden bezaten meestal de daar duurdere huizen. De schippers bezaten naast huizen ook land. Van de 113 schippers waren er 57 eigenaar van één of meerdere stukken land. De meeste schippers, die land in eigendom hadden, bezaten al land wanneer ze nog voeren. Dit wil echter niet zeggen dat zij het land zelf bewerkten. De grond zal verpacht zijn aan anderen. Doordat pachtprijzen in de tweede helft van de 17de eeuw daalden, werden de inkomsten van de verpachtende schippers ook kleiner. Tegenvallers in hun schippersloopbaan konden dan moeilijker opgevangen worden. Dit kan weer mede het dalend aantal schippers verklaren. Een schipper verdiende tijdens zijn loopbaan als schipper een behoorlijk loon, genoot enkele beloningen en als mede-eigenaar van zijn schip ontving hij een gedeelte van de winst. Met een groot schip en verre

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Groene Valck | 1990 | | pagina 15