het bezit van de "Heerlijkheid Akersloot"een ernstige klacht ingediend door de poldermeesters van de Limmer- of Grote Polder en de Schilpvaarders" Op 7 mei 1932 kwam de Schout in gezelschap van de Schepenen bij de sluis aan en zagen dat deze openstond en dat moest nu net niet. Op de vraag van de Schout hoe dat nu kwam, begon de sluiswachter Jan Visser te schelden en zei: "Ik heb de donder van jou en van de Heren en van al die jou aanhangen." Dirk Blom, poldermeester van de Limmerpolderheeft hem vermanend toege sproken en gezegd: "Zo kan het niet. Gij leeft niet wel met de sluis". Jan Visser laat zich niet intimideren en dreigt, indien hij nog eens komt, hem met de haak (een geliefd wapen) op de kop te "bruien" Ook Jacob de Vos, Schepen van Akerslootdoet een duit in het zakje: "Jan, hoe maakt gij hier sulken spul?" Waarop Jan antwoordde: "Hoe? Zijt gij ook Poldermeester?" "Nee", antwoordde Jacob de Vos, "Ik zeg het U als Regent en als gij niet beter compateertzullen wij genoodzaakt zijn over U te klagen." Maar Jan de sluiswachter was noch voor Regenten noch voor Poldermeesters bang en zei: "Ik heb den duivel van U en van allegaar." Hij doet wat hij zelf wil en daarmee uit. Een schilpvaarder"Adriaen Kluit, verklaart, dat hij dikwijls met z'n schuit voor de sluis heeft liggen wachten, maar dat de sluiswachter niet eens keek. Op zijn geroep om te schutten kreeg hij geen antwoord, zodat hij genood zaakt was het zelf te doen, waarop hij voortdurend werd uitgescholden. Dikwijls laat hij de brug openstaan, niet één maar wel vijfentwintig keer hebben Aarjan Govertszn en Pieter Claaszn die open gevonden bij nacht. Niemand kon erover, zodat men met gevaar voor eigen leven over de sluis kroop, want de mensen moesten vroeg op pad om schelpen te halen. Dit gaf veel moeilijkheden en men was dikwijls zo kwaad, dat er zelfs klappen vielen. Het was niet denkbeeldigdat, als deze sluiswachter bleef, er mensen met vee in het donker in de sluis zouden vallen. Zijn buren hadden het ook moeilijk met hem. Men vertelde dat hij zo slordig met vuur was, dat bij nacht en ontij de 6

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

De Groene Valck | 1988 | | pagina 6