leger van Karei V tegen de Fransen. Hendrik wordt na het overlijden van zijn
vader Reinoud III in 1556 heer van Brederode. Hij verkrijgt daarbij ook de
heerlijkheid Bergen. Zowel Lamoraal als Hendrik zijn bij aanvang van de
droogmaking (1562) op het toppunt van him macht. Hierna zal nog blijken
dat beide heren voor elkaar opkomen, zelfs als ze politiek tegenover elkaar
komen te staan. Ze hebben onderling afspraken gemaakt over de verdeling
van het meer en het droogmaken. Beide families hebben een lange traditie op
het gebied van waterbeheer. Indien een droogmaking binnen de landsgrenzen
van een ambacht of heerlijkheid valt wordt dit in de regel ook zonder octrooi
aanvraag bij het Hof van Holland gedaan. Op grond van de accrochementen
van hun leen achten de heren zich daartoe gerechtigd/9' Zo heeft Lamoraal
van Egmont de Kromme (1546), Zuidergreb (1547), Nieuwe Grebbe (1548)
en Dergmeer in zijn heerlijkheid Warmenhuizen zonder octrooi laten droog
maken en in 1546 het Kerkmeer in zijn heerlijkheid Oudkarspel. Rond 1554
is Lamoraal ook bezig met plannen in de Beij er landen wat in 1557 leidt tot
de inpoldering van Oud-Beijerland, vernoemd naar zijn vrouw Sabina van
Beieren. Met deze ervaring is het waarschijnlijk dat Lamoraal van Egmont
het initiatief heeft genomen om samen met Hendrik van Brederode de droog
making van het Berger- en Egmondermeer uit te voeren/10' Gezien Egmonts
ervaring met droogmaking, zijn bestuurlijke staat van dienst en zijn leeftijd
ten opzichte van Brederode (hij was negen jaar ouder) is dit hoogst aan
nemelijk. Het feit dat de graaf van Egmond de opdrachtgever is van de oudst
bekende kaart van het Berger- en Egmondermeer van Sijmon Meeuwsz. uit
circa 1540 ondersteunt deze veronderstelling/11' Zo'n overzichtelijke kaart
is de basis voor de plannen voor de droogmakerij. Op basis daarvan kan
het project worden ontvouwd, toegelicht en besproken worden met andere
partijen.
Vaartbedijking
Het is niet helemaal duidelijk hoe en wanneer de uitvoering van de droogma
king is aangevangen. Voor de eerste stap, het graven van de boezemvaarten
en hun vaartbedijking, worden verschillende jaartallen genoemd. In de Kro-
nijcke van Alcmaer met sijn Dorpen (1645) noemt Cornelis van der Woude
1555 als jaar voor de bedijking van het Berger- en Egmondermeer. Dit jaar
komt ook voor op de kaart van de Egmondermeer (1642) van Jan Dirksz.
Zoutman, vervaardigd als kopie van de kaart van Gerrit Dirksz. Langedijk
uit 1574/12' Maar de kaart van Louris Pietersz. van omstreeks 1550 laat het
Berger- en Egmondermeer nog onbedijkt zien/13' Echter het Molenland staat
wel als bedijkt aangegeven als polder. Graaf Jan van Egmont zou tussen 1479
22
Geestgronden, 25 (2018), nr. 1