In 1531 wordt de Rekere van Alkmaar tot Petten uitgediept en de vaartdijken verhoogt tot Nieuwe- of Koedijker Vaart waardoor een betere afwatering mogelijk wordt. Op de hoek van de Lange- en Korte Sloot tegen de Koedij ker Vaart aan verschijnen in 1532-1533 de Brantgen Jan Heinisz. molens. Deze twee achtkantige molens maken het mogelijk het watemiveau in het meer te regelen doordat ze het water direct op de Koedijker Vaart kunnen uitslaan. De komst van de molens legt direct de belangen in het meer bloot. (4) De Egmonder Abdij heeft belang bij voldoende water voor zijn visrechten en de doorvaart evenals de andere veren rond het meer. De eilanden en het omringend land hebben belang bij een lagere constante waterstand om de landerijen goed te kunnen bewerken. De eigenaar van de Kwakelsluis heeft weer belang bij de doorstroming in de sluit aangezien zich juist daar veel vis verzamelt die het nodige geld opbrengt. De sluisdeuren staan daardoor meer open dan dicht. De kosten van de molens worden door de waarschap pen (eigenaren) weer omgeslagen over landerijen en daar voelen de belang hebbenden zich niet direct toe geroepen. Gevolg, jarenlange processen bij het hof van Holland wat uiteindelijk leidt tot een afspraak in 1543 over de waterhoogte in het meer en de omslag van de kosten.(5) Het merengebied staat bekend als het Berger- en Egmondermeer en zal spoedig droog gemaakt worden door twee voorname heren. Traditie Het huis Brederode en Egmont hebben een lange traditie met waterbeheer, inpolderen, droogmakerijen en windbemaling. In 1438, 17 jaar na de Sint Elisabethvloed, spoort Philips van Bourgondië het Hof van Holland aan Reinoud II van Brederode - als heer van Callantsoog en Schoorl - en Willem IV van Egmont - als heer van Petten -, de Zijpe te bedijken wat uiteindelijk geen doorgang heeft gevonden. Wel hebben de dorpen Petten, Groet en Camp in 1438 een watermolen gebouwd in samenwerking met de abt van Egmond en met toestemming van de heer van Egmond. De watermolen is waarschijn lijk een Alkmaarse uitvinding van Floris van Alkemade en Jan Grietenzoon. De twee heren hebben hun molen in 1408 getoond aan de heemraden van Delfland die er toen geen brood voor hadden.(6) Toch krijgt de watermolen een steeds grotere rol bij inpolderen en droogmaking. Ruim veertig jaar later doet de eerste graaf Jan van Egmont een voorstel aan het hof van Holland om de Zijpe te gaan bedijken. De graaf heeft grote be zittingen in de kop van Noord Holland, zoals bij Geestmerambacht. Met de bedijking neemt de kans op overstromingen van deze gebieden aanmerkelijk af. De graaf van Egmond krijgt het octrooi in 1487 van Maximiliaan van 20 Geestgronden, 25 (2018), nr. 1

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Geestgronden - Egmonden | 2018 | | pagina 22