In de vorige Geestgronden schreef Caria Kager het artikel 'Stropersdrama te Egmond-Binnen' over de strooptocht van de broers Kees en Krijn Dekker, die de jongste van de twee noodlottig werd. Het verhaal hield de gemoederen bezig en dat leverde nieuwe, opmerkelijke en soms ook verbeterde informatie op. Het mooie van een tijdschrift is de mogelijkheid van een vervolgartikel waarin het een en ander wordt rechtgezet, met de wetenschap dat een geschie denisverhaal vele kanten heeft en eigenlijk nooit af is. Carla Kager STROPERSDRAMA VERVOLG Krijn de Kneet nog niet vergeten Afb. 12 Krijn de Kneet, toevallig gefotografeerd bij het kaarten voor een reportage over stropen in tijdschrift 'Het Leven'. Toen enkele weken later de artikelen werden gepubliceerd, was Krijn inmiddels begraven. De dood van de jonge stroper Krijn Dekker door een schot van een jachtop ziener op de avond van 23 november 1932 is indertijd hard aangekomen in de kleine Egmondse gemeenschap en dikwijls doorverteld. Nu het voor het eerst zo uitgebreid beschreven stond in de vorige uitgave van Geestgronden, maakte het weer heel wat los. "Je kon het schot horen vallen", was een van de reacties. "Het is goed dat ook de kant van de jachtopziener is belichtzeiden enkele historici en Lena Dekker-Dekker, de dochter van fervent stroper Kees Dekker, die had geholpen het gebeurde te reconstrueren, toonde zich namens de familie content met het artikel. Lena's bijnaam is de Kneet (spreek uit de Knêet') net als haar vader en diens onfortuinlijke broer. Oud-Egmonder Rinus Blaauboer (1925) was zeven toen het gebeurde en hij weet nog hoe kwaad de Derpers waren. Hij en zijn oudere broer Jochem speelden het na: de één de stroper en de ander de jachtopziener en dan pief paf poef. Later gingen ze zelf stropen, zijn broer Jochem nog het meest. Dienstrevolver Bij sommigen kwam het drama, dat zich afspeelde in het duingebied dat 'De Krim' heet, zelfs na 83 jaar nog hard aan. Een bescheiden Derper, die niet Geestgronden, 23 (2016), nr. 1 21

Tijdschriften Regionaal Archief Alkmaar

Geestgronden | 2016 | | pagina 23